Home > Nieuws > Ecofys in het nieuws > 21 februari 2004


 
   
Financieel Dagblad, 21 februari 2004

Europa trendsetter in handel broeikasgas

Invoering van verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen is geen bureaucratisch gedrocht, maar een marktconforme aanpak van een ernstig probleem. Europa loopt voorop.

>> Dian Phylipsen, Kornelis Blok

In een artikel in deze krant noemde Karel Beckman het aanstaande emissiehandelssysteem "een niet eerder vertoond, riskant en revolutionair experiment, dat nergens in de wereld navolging krijgt". Beckman sprak ook zijn scepsis uit over het bestaan van het broeikaseffect en de effecten ervan op mens, natuur en klimaat. Naar onze mening behoeft Beckman's betoog op een aantal punten correctie.

Om te beginnen is het goed om nog eens te kijken naar het klimaatprobleem zelf. We weten zeker dat de concentratie van het broeikasgas kooldioxide in de atmosfeer sinds 1800 met 30% is toegenomen. Dit is vastgesteld op basis van metingen in de atmosfeer op vele plaatsen op aarde en op basis van ijsboringen. Op basis van de isotopensamenstelling van de kooldioxide kan vastgesteld worden dat de koolstof van fossiele oorsprong is, dus het gevolg van menselijke activiteiten.De gemiddelde temperatuur aan het aardoppervlak is sinds 1860 met ruim een halve graad Celsius gestegen.

De natuurlijke fluctuaties in temperatuur die worden veroorzaakt door variatie in de zonnestraling en vulkanische activiteit kunnen de temperatuurstijgingen van de afgelopen eeuw niet verklaren. De combinatie van natuurlijke factoren en gevolgen van menselijke activiteit kan dat wel. Dit blijkt uit de meest recente rapportage van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het klimaatadviesorgaan van de Verenigde Naties waarin honderden wetenschappers uit de hele wereld de stand van de wetenschap op dit gebied rapporteren.

Simulaties naar de toekomst toe, uitgaande van een verdere toename van de uitstoot van broeikasgassen, resulteren in een temperatuurstijging van enkele graden Celsius. Hierbij is gebruik gemaakt van computermodellen. De door Beckman gebruikte kwalificatie 'die hebben een beperkt realiteitsgehalte' kunnen we rustig voor zijn rekening laten. De modellen zijn gebaseerd op elementaire fysische principes, en zijn in de loop van de jaren doorontwikkeld waarbij steeds meer interacties binnen het gecompliceerde klimaatsysteem worden meegenomen.

De uitkomst van de modellen wijst onveranderd op een temperatuurtoename van enkele graden Celsius in de komende eeuw. Ter vergelijking: de huidige wereldtemperatuur verschilt slecht 5 ° C van de gemiddelde temperatuur gedurende de laatste ijstijd.

De gevolgen worden meer en meer in kaart gebracht en kunnen vrij ernstig zijn. Er wordt inmiddels gesproken over honderden miljoenen mensen die door watertekorten, toename van malaria, honger of overstromingen in hun leefsituatie of zelfs in hun bestaan bedreigd worden.

Nu naar de emissiehandel. Dit zou je bijna een uitvinding van de VS kunnen noemen. Binnen de VS bestaat al uitgebreide ervaring met handel in emissies van zwaveldioxide. Internationaal heeft de VS steeds gepleit voor het toepassen van handelssystemen, onder andere in het klimaatverdrag. Ook binnenslands is er in de VS zeker steun voor. Zo hebben de senatoren Liebermann (Democraat) en McCain (Republikein) begin vorig jaar al een voorstel ingediend om een nationaal emissieplafond voor broeikasgassen te introduceren, waarbinnen gehandeld kan worden.

Dit voorstel gaat zelfs verder dan het Europese systeem, aangezien ook transportemissies onder het systeem zouden vallen. In juli 2002 al riepen verschillende politieke leiders van Amerikaanse staten de Amerikaanse president op om zijn klimaatbeleid te herzien, aangezien het "beleidsvacuüm" van de regering-Bush leidt tot ongelijkheid voor bedrijven in verschillende staten.

Ook bij bedrijven worden verschillende initiatieven ontwikkeld. Zo zijn bedrijven als Ford, Motorola, Dupont en AEP (de energieproducent met de hoogste kooldioxide-uitstoot) al vanaf de start lid van de Chicago Climate Exchange, alwaar gehandeld kan worden in emissierechten.

Een ander voorbeeld is de Business Environmental Leadership Council, die het Kyoto Protocol slechts een eerste stap vindt in de noodzakelijke reductie van emissies. Deze groep, waarbinnen ruim 40 Amerikaanse bedrijven actief zijn, waaronder verschillende oliemaatschappijen en elektriciteitsbedrijven, is van mening dat op basis van redelijk beleid substantiële emissiereducties te behalen zijn.

Emissiehandel is op zich geen emissiereductiemaatregel, maar een instrument om emissiereducties flexibeler en kosteneffectiever te bereiken. Het systeem beperkt niet de groeimogelijkheden van een bedrijf: het bedrijf kan indien nodig extra emissieruimte bijkopen. Indien intern emissiereductiemaatregelen worden genomen (duurzame energie, maar ook energiebesparing of gebruik van andere brandstoffen) kunnen de investeringen ingepast worden in de bestaande investeringsplannen van het bedrijf. Emissiehandel is dan ook altijd door het bedrijfsleven bepleit als te prefereren boven andere interventiemogelijkheden die de overheid tot zijn beschikking heeft. Recente studies uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Financiën geven juist aan dat emissiehandel bijdraagt aan het voorkomen van   relocatie van industrie naar andere landen als gevolg van klimaatbeleid.

De door Beckman genoemde effecten op de elektriciteitsprijzen zijn sowieso ook erg hoog. Een grote Europese studie voor de Europese Commissie, uitgevoerd door Ecofys, resulteerde in een geschatte prijsstijging van 5-10%. Een recente analyse van de gevolgen van het Europese emissiehandelssysteem op de elektriciteitsprijzen in Engeland kwam op vergelijkbare cijfers: 3-6%.

Aangezien voor industrie het aandeel van de energiekosten (en dus kooldioxide) in totale kosten lager is dan voor de elektriciteitssector, zal de prijsstijging in de industrie nog kleiner zijn.

In het algemeen zal het effect van het emissiehandelssysteem op prijsverschillen tussen landen in het niet vallen bij de effecten van bijvoorbeeld verschillen in loonkosten. Bovendien zou het importeren van alle benodigde elektriciteit en industriële producten voor alle 25 EU lidstaten op veel praktische problemen stuiten.

Daarnaast kan het emissiehandelssysteem juist leiden tot meer harmonisatie van beleid in de 25 lidstaten. Er zijn Nederlandse bedrijven die al hebben aangegeven dat ze het systeem juist zien als een manier om tot een eerlijker concurrentieverhouding te komen met landen met traditioneel weinig aandacht voor energie- en milieubeleid, zoals Portugal en Polen.

Ook buiten de EU wordt hard gewerkt aan emissiehandelssystemen. In Canada zal een handelssysteem waarschijnlijk in 2005 of 2006 van start gaan, en ook in Japan, Nieuw Zeeland. Zelfs in Australië en de VS zijn door individuele staten systemen voorgesteld. Er zijn gesprekken gaande met verschillende landen om hun nationale emissiehandelssystemen te koppelen aan het Europese systeem.

Kortom, het Europese emissiehandelssysteem is een innovatieve, marktconforme aanpak van een serieus milieuprobleem, dat op veel fronten steun geniet van zowel overheden als bedrijfsleven en waar veel andere landen van willen leren en, in een later stadium, eventueel ook aan deelnemen.

Dr. Dian Phylipsen, manager klimaatonderzoek Ecofys.

Prof. dr. Kornelis Blok, hoogleraar Utrecht Universiteit, directeur Ecofys en mede-auteur van het laatste rapport 'Mitigation' van het IPCC.