|
Europa
trendsetter in handel broeikasgas
Invoering van verhandelbare emissierechten
voor broeikasgassen is geen bureaucratisch gedrocht, maar een marktconforme
aanpak van een ernstig probleem. Europa loopt voorop.
>> Dian Phylipsen, Kornelis Blok
In een artikel in deze
krant noemde Karel Beckman het aanstaande emissiehandelssysteem
"een niet eerder vertoond, riskant en revolutionair experiment,
dat nergens in de wereld navolging krijgt". Beckman sprak ook zijn
scepsis uit over het bestaan van het broeikaseffect en de effecten
ervan op mens, natuur en klimaat. Naar onze mening behoeft Beckman's
betoog op een aantal punten correctie.
Om te beginnen is het goed
om nog eens te kijken naar het klimaatprobleem zelf. We weten zeker
dat de concentratie van het broeikasgas kooldioxide in de atmosfeer
sinds 1800 met 30% is toegenomen. Dit is vastgesteld op basis van
metingen in de atmosfeer op vele plaatsen op aarde en op basis van
ijsboringen. Op basis van de isotopensamenstelling van de kooldioxide
kan vastgesteld worden dat de koolstof van fossiele oorsprong is,
dus het gevolg van menselijke activiteiten.De gemiddelde temperatuur
aan het aardoppervlak is sinds 1860 met ruim een halve graad Celsius
gestegen.
De natuurlijke fluctuaties
in temperatuur die worden veroorzaakt door variatie in de zonnestraling
en vulkanische activiteit kunnen de temperatuurstijgingen van de
afgelopen eeuw niet verklaren. De combinatie van natuurlijke factoren
en gevolgen van menselijke activiteit kan dat wel. Dit blijkt uit
de meest recente rapportage van het Intergovernmental Panel on Climate
Change (IPCC), het klimaatadviesorgaan van de Verenigde Naties waarin
honderden wetenschappers uit de hele wereld de stand van de wetenschap
op dit gebied rapporteren.
Simulaties naar de toekomst
toe, uitgaande van een verdere toename van de uitstoot van broeikasgassen,
resulteren in een temperatuurstijging van enkele graden Celsius.
Hierbij is gebruik gemaakt van computermodellen. De door Beckman
gebruikte kwalificatie 'die hebben een beperkt realiteitsgehalte'
kunnen we rustig voor zijn rekening laten. De modellen zijn gebaseerd
op elementaire fysische principes, en zijn in de loop van de jaren
doorontwikkeld waarbij steeds meer interacties binnen het gecompliceerde
klimaatsysteem worden meegenomen.
De uitkomst van de modellen
wijst onveranderd op een temperatuurtoename van enkele graden Celsius
in de komende eeuw. Ter vergelijking: de huidige wereldtemperatuur
verschilt slecht 5 ° C van de gemiddelde temperatuur gedurende de
laatste ijstijd.
De gevolgen worden meer en
meer in kaart gebracht en kunnen vrij ernstig zijn. Er wordt inmiddels
gesproken over honderden miljoenen mensen die door watertekorten,
toename van malaria, honger of overstromingen in hun leefsituatie
of zelfs in hun bestaan bedreigd worden.
Nu naar de emissiehandel.
Dit zou je bijna een uitvinding van de VS kunnen noemen. Binnen
de VS bestaat al uitgebreide ervaring met handel in emissies van
zwaveldioxide. Internationaal heeft de VS steeds gepleit voor het
toepassen van handelssystemen, onder andere in het klimaatverdrag.
Ook binnenslands is er in de VS zeker steun voor. Zo hebben de senatoren
Liebermann (Democraat) en McCain (Republikein) begin vorig jaar
al een voorstel ingediend om een nationaal emissieplafond voor broeikasgassen
te introduceren, waarbinnen gehandeld kan worden.
Dit voorstel gaat zelfs
verder dan het Europese systeem, aangezien ook transportemissies
onder het systeem zouden vallen. In juli 2002 al riepen verschillende
politieke leiders van Amerikaanse staten de Amerikaanse president
op om zijn klimaatbeleid te herzien, aangezien het "beleidsvacuüm"
van de regering-Bush leidt tot ongelijkheid voor bedrijven in verschillende
staten.
Ook bij bedrijven worden
verschillende initiatieven ontwikkeld. Zo zijn bedrijven als Ford,
Motorola, Dupont en AEP (de energieproducent met de hoogste kooldioxide-uitstoot)
al vanaf de start lid van de Chicago Climate Exchange, alwaar gehandeld
kan worden in emissierechten.
Een ander voorbeeld is
de Business Environmental Leadership Council, die het Kyoto Protocol
slechts een eerste stap vindt in de noodzakelijke reductie van emissies.
Deze groep, waarbinnen ruim 40 Amerikaanse bedrijven actief zijn,
waaronder verschillende oliemaatschappijen en elektriciteitsbedrijven,
is van mening dat op basis van redelijk beleid substantiële emissiereducties
te behalen zijn.
Emissiehandel is op zich
geen emissiereductiemaatregel, maar een instrument om emissiereducties
flexibeler en kosteneffectiever te bereiken. Het systeem beperkt
niet de groeimogelijkheden van een bedrijf: het bedrijf kan indien
nodig extra emissieruimte bijkopen. Indien intern emissiereductiemaatregelen
worden genomen (duurzame energie, maar ook energiebesparing of gebruik
van andere brandstoffen) kunnen de investeringen ingepast worden
in de bestaande investeringsplannen van het bedrijf. Emissiehandel
is dan ook altijd door het bedrijfsleven bepleit als te prefereren
boven andere interventiemogelijkheden die de overheid tot zijn beschikking
heeft. Recente studies uitgevoerd in opdracht van het Ministerie
van Financiën geven juist aan dat emissiehandel bijdraagt aan het
voorkomen van relocatie van industrie naar andere landen als gevolg
van klimaatbeleid.
De door Beckman genoemde
effecten op de elektriciteitsprijzen zijn sowieso ook erg hoog.
Een grote Europese studie voor de Europese Commissie, uitgevoerd
door Ecofys, resulteerde in een geschatte prijsstijging van 5-10%.
Een recente analyse van de gevolgen van het Europese emissiehandelssysteem
op de elektriciteitsprijzen in Engeland kwam op vergelijkbare cijfers:
3-6%.
Aangezien voor industrie
het aandeel van de energiekosten (en dus kooldioxide) in totale
kosten lager is dan voor de elektriciteitssector, zal de prijsstijging
in de industrie nog kleiner zijn.
In het algemeen zal het
effect van het emissiehandelssysteem op prijsverschillen tussen
landen in het niet vallen bij de effecten van bijvoorbeeld verschillen
in loonkosten. Bovendien zou het importeren van alle benodigde elektriciteit
en industriële producten voor alle 25 EU lidstaten op veel praktische
problemen stuiten.
Daarnaast kan het emissiehandelssysteem
juist leiden tot meer harmonisatie van beleid in de 25 lidstaten.
Er zijn Nederlandse bedrijven die al hebben aangegeven dat ze het
systeem juist zien als een manier om tot een eerlijker concurrentieverhouding
te komen met landen met traditioneel weinig aandacht voor energie-
en milieubeleid, zoals Portugal en Polen.
Ook buiten de EU wordt
hard gewerkt aan emissiehandelssystemen. In Canada zal een handelssysteem
waarschijnlijk in 2005 of 2006 van start gaan, en ook in Japan,
Nieuw Zeeland. Zelfs in Australië en de VS zijn door individuele
staten systemen voorgesteld. Er zijn gesprekken gaande met verschillende
landen om hun nationale emissiehandelssystemen te koppelen aan het
Europese systeem.
Kortom, het Europese emissiehandelssysteem
is een innovatieve, marktconforme aanpak van een serieus milieuprobleem,
dat op veel fronten steun geniet van zowel overheden als bedrijfsleven
en waar veel andere landen van willen leren en, in een later stadium,
eventueel ook aan deelnemen.
Dr. Dian Phylipsen,
manager klimaatonderzoek Ecofys.
Prof. dr. Kornelis Blok,
hoogleraar Utrecht Universiteit, directeur Ecofys en mede-auteur
van het laatste rapport 'Mitigation' van het IPCC.
|