Conventionele energiesystemen maken gebruik
van fossiele energie voor verwarmen of koelen. Maar in onze omgeving
is voldoende warmte en koude aanwezig om geheel of gedeeltelijk
aan onze energievraag te kunnen voldoen. Voorbeelden van omgevingsenergie
zijn de restwarmte van productieprocessen en warmte uit grondwater,
ventilatielucht of buitenlucht. Warmtepompen kunnen deze omgevingsenergie
op het juiste temperatuurniveau brengen voor gebruik voor verwarming
of koeling van ruimtes. Opslag van warmte en koude in bijvoorbeeld
aquifers (ondergrondse waterbassins) dient voor de afstemming van
vraag en aanbod.